De normale lactatielengte bij geiten is, net als bij koeien, een jaar. Melkgeiten kunnen echter meer jaren achter elkaar gemolken worden zonder dat het dier lammert. Dit verschijnsel wordt duurmelken genoemd. In 2007 heeft ir. Eric Schuiling onderzoek gedaan naar duurmelken. In dit onderzoek werden met name de technische gevolgen van duurmelken in kaart gebracht. In een nieuw onderzoek, dat HAS KennisTransfer in 2009-2010 heeft uitgevoerd, zijn ook de economische gevolgen onderzocht.
Meerendeel van de geitenhouders past duurmelken toe
Uit een enquête in november 2009 afgenomen onder 25 melkgeitenhouders kwam naar voren dat 79% van de geitenhouders duurmelken toepast. De hoofdreden hiervoor is het voorkomen van uitval. Het duurmelken wordt middels zes verschillende systemen toegepast, Dynamisch is hiervan het meest voorkomende systeem (45%). Hierbij worden geiten geselecteerd aan de hand van leeftijd en productie.
Leeftijd
Wanneer er naar de leeftijd van de melkgeiten wordt gekeken, blijkt dat de leeftijd van geiten van duurmelkers significant hoger is dan die van standaard lactatie geiten (3,5 jaar tegenover 2,4 jaar). Het verschil in melkproductie tussen geiten van duurmelkers en standaard lactatie geiten is gering. De voerkosten (per 100 kg FPCM) lagen voor duurmelkers ten tijde van het onderzoek hoger dan de voerkosten voor standaard lactatie geiten, wat mede beïnvloed werd door de tijd van het jaar. Uit een saldoberekening op basis van voorgaande gegevens blijkt dat een duurmelkbedrijf een saldo van € 175 per geit behaalt en een standaard bedrijf een saldo van € 153 per geit.
Enthousiasme en doorzettingsvermogen
Ernie Maas van Boerenbond Deurne over de samenwerking met HAS KennisTransfer: “We zijn met HAS KennisTransfer in contact gekomen door Karin Bekkers, een studente van Hogeschool HAS Den Bosch die zelf contact met ons had opgenomen. We zijn erg te spreken over de aanpak van Karin, haar enthousiasme en doorzettingsvermogen hebben dit project tot een succes gemaakt. De aanvullende begeleiding vanuit de HAS was voldoende. Jan Nooren heeft met zijn achtergrondkennis van de geitenhouderij inhoudelijke kennis kunnen toevoegen aan dit project”.