In de biologische teelt van aardbeien, bleekselderij en prei nemen de gewassen hun voedingsstoffen in het voorjaar meestal te traag op. Aangezien de normen voor bijbemesting steeds krapper worden, is het van belang om de meststoffen zo effectief mogelijk te gebruiken. Het oplossen van meststoffen kan ervoor zorgen dat de elementen beter beschikbaar worden voor het gewas. Door middel van plantsapmetingen wordt duidelijk wat voor effect de meststoffen hebben op de gewassen.
HAS KennisTransfer heeft in samenwerking met Teelttechnisch adviesbureau HortiNova het project “precisiebemesting in de biologische vollegrondsgroententeelt” opgezet. Centraal in dit project staan plantsapmetingen. Sinds enkele jaren worden plantsapmetingen gebruikt om meer te weten te komen over de voedingstoestand van het gewas. Op basis van waarden die uit Brix-, Nitraat-, Kalium-, EC- en pH-metingen naar voren komen, wordt het moment en de soort bijbemesting voor het gewas bepaald. De mogelijkheden voor bijbemesting in de biologische sector zijn beperkt en zeer kostbaar. Een goed inzicht in de voedingstoestand is dus een vereiste voor precisiebemesting, waardoor enerzijds meststoffen kunnen worden bespaard en anderzijds teeltopbrengsten kunnen worden geoptimaliseerd.
Proefopzet
De onderzochte meststoffen worden direct aan planten toegediend om een snellere opname te kunnen realiseren. De meststoffen Monterra korrels en Vinassekali zijn onderzocht, omdat deze snel werken en prijstechnisch het meest voordelig zijn. Door de meststoffen direct onder, naast of middenin de rij te doseren en een normale en/of dubbele dosering aan te houden, heeft het gewas een gevarieerd aanbod aan elementen. Daarnaast is er één proefopstelling opgezet waarbij de Monterra korrels zijn opgelost in warm water en naast het gewas zijn gedoseerd. In de figuur is de behandeling met de opgeloste Monterra korrels in de bleekselderij te zien.
Metingen in plantsap
De plantsap-methoden zijn in 2002 ontwikkeld door onder andere teelttechnisch adviesbureau HortiNova. Bij de methode wordt het plantsap in de bladsteeltjes van een gewas gemeten. De keuze voor bemonstering van de bladstelen is te verklaren aangezien deze als het ware fungeren als snelwegen waarover mineralen van en naar het blad gaan. De hoogte van de waarden geeft belangrijke informatie over de voedingstoestand in de plant. Deze wekelijkse metingen, kunnen een overmaat of gebrek aan mineralen voorkomen.
De volgende metingen worden in het plantsap gedaan:
Brix-meting
Met een refractometer wordt het suikergehalte, vitamine-gehalte, minerale samenstelling van de plant gemeten. Hoe hoger de Brix waarde, hoe meer mineralen, vitamines en suikers de plant over heeft voor verdere groei. Tevens geeft een hogere Brix een betere weerbaarheid tegen insecten.
pH-meting
De pH waarde geeft een indicatie van schimmel- en insectengevoeligheid. Bij een te hoge pH is er sprake van een anionenbalans: er is dan een tekort aan nitraat, fosfaat of zwavel. Bij een te lage pH is sprake van een kationenbalans: er is dan een tekort aan calcium, magnesium, kalium of natrium.
EC-meting
De EC geeft de ionenbeschikbaarheid weer in het plantensap. Bij een te lage EC zijn er minder mineralen in de plant. Hiervan is sprake wanneer een plant slecht voeding opneemt of teveel vocht bevat. Bij een te hoge EC kan er een overmaat zijn aan nitraat en/of kalium, het gewas kan ook te weinig beschikbaar water hebben, waardoor een stressreactie ontstaat.
Nitraat-meting
Een tekort aan nitraat geeft een beperkte gewasgroei, terwijl een overmaat ervoor zorgt dat er minder magnesium wordt opgenomen. Hierdoor neemt de kans op ziektegevoeligheid toe.
Kalium-meting
Bij een te hoog kaliumcijfer is de opname van magnesium, calcium, borium of mangaan minder. Bij te weinig kalium zien we zwakke gewassen en is de houdbaarheid korter.
Resultaten
Uit de plantsapmetingen van onder andere de bleekselderij blijkt dat het fijnmalen en oplossen van Monterra korrels ervoor zorgt dat nitraat sneller wordt opgenomen en er een gelijkmatiger opnamepatroon van meststoffen vertoont. Uit de opbrengstmetingen blijkt dat het object met de opgeloste Monterra korrels de zwaarste stronken geeft en hierdoor een week eerder oogstbaar is. Door de resultaten in een grafiek te zetten, is onder andere te zien dat de planten met de opgeloste Monterra korrels vrijwel continu hogere nitraat waarden hebben.
Met name in het jeugdstadium heeft object A meer nitraat opgenomen dan het gemiddelde van de andere objecten. Op het veld was dit verschil duidelijk zichtbaar. Het fijnmalen en oplossen van de bestaande meststoffen zorgt er dus voor dat het gewas het beschikbare nitraat sneller opneemt, wat door middel van plantsapmetingen inzichtelijk gemaakt kan worden. Naarmate er meer meetgegevens beschikbaar komen, ontstaat er meer inzicht in optimale bemestingsvorm voor verschillende gewassen in zowel gangbare als biologische vollegrondsgroententeelt. Ook zullen we met behulp van de meetgegevens in de toekomst steeds beter in staat zijn te sturen op bemestingsoptimalisatie.
Heeft u ook een vraag voor HAS KennisTransfer? Stel deze dan vrijblijvend aan ons via het contactformulier.