De rwzi (rioolwaterzuiveringsinstallatie) Asten behandelt het afvalwater van de huishoudens van elf woonkernen. Volgens de Optimalisatiestudie Afvalwatersysteem rwzi Asten (OAS) zouden deze woonkernen met bedrijven in het gebied samen in theorie 54.000 inwonersequivalenten (i.e.) per jaar op moeten brengen op basis van een totaal zuurstof verbruik (TZV) van 150 gram. Nu wordt al jaren in het influent van de rwzi een veel lagere vracht en debiet gemeten. Het praktijkgemiddelde van de periode 1999 tot 2010 was circa 45.000 i.e. Het verschil in theorie en praktijk leidt regelmatig tot discussie over de oorzaak.
Onderzoek
In opdracht van de rwzi Asten heeft HAS KennisTransfer onderzoek gedaan naar de vraag waarom het debiet en de vracht van het influent van de rwzi lager zijn, dan deze theoretisch op basis van het aantal inwoners en bedrijven in het gebied zouden moeten zijn. Doel van het onderzoek was zekerheid krijgen van de hoogte van de vracht en het debiet van het afvalwater dat binnenkomt in de rwzi.
Effluent debietmeter
De belangrijkste verklaring voor het verschil tussen de theoretische vuilbelasting en de praktijkwerd gevonden bij de effluent debietmeter. Door enkele onvolkomenheden in de meetopstelling en de berekening van het debiet, heeft de debietmeting jaren lang 10 tot 45% (in hoge respectievelijk lage debieten) te weinig water gemeten.Na herberekening van de oude debieten is de gemeten belasting van de rwzi bijgesteld. Nu ligt de gemeten belasting in lijn met de theoretische belasting.
Regenwaterafvoer
Een tweede verklaring voor het verschil werd gevonden in de rwa (regenwaterafvoer) situatie. Tijdens regenweer, waarbij de pompcapaciteiten in rioleringsgebieden hun maximum bereiken, halen de aanvoervijzels op de rwzi Asten mogelijk niet de ontwerpcapaciteit. Gevolg is dat het waterschap niet meer kan voldoen aan de afnameverplichting van eenaantal gemeenten. Deze gemeente kan het afvalwater niet meer allemaal naar de rwzi transporteren waardoor een gedeelte van het verdunde afvalwater op het oppervlaktewater geloosd wordt middels een overstort.
Anticiperen op de toekomst
Op basis van de bevindingen uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat de rwzi zwaarder belast wordt dan aangenomen was en dat door de gemeenten aangegeven verwachtte verhoging van de hoeveelheid afvalwater in de toekomst de rwzi mogelijk te weinig capaciteit zal hebben. Door deze kennis is het Waterschap Aa en Maas in staat om op tijd te anticiperen op de toekomst.
De studenten Iris en Johan hebben het project goed opgepakt. Door niet alleen naar de effluentdebietmeting te kijken, maar ook naar de gehele afvalwaterketen, zijn er meerdere aandachtspunten naar voren gekomen waardoor wij als waterschap mee aan de slag kunnen. Hanco de Labije (Afdelingshoofd advies zuiveren) Waterschap Aa en Maas over de samenwerking met HAS KennisTransfer: “We hebben veel plezier gehad van de samenwerking met HAS KennisTransfer. De studenten hebben uitstekend werk verricht. Zowel hun inhoudelijke bagage als hun competenties waren van een goed niveau. Ze hebben de opdracht op een hele prettige manier tot een goed einde gebracht. Het is op zijn tijd echt een aanwinst als twee van zulke jonge honden tot in detail wat zaken uitpluizen en met uitstekende oplossingen komen. Ook het proces van offerte tot en met eindafrekening was bij de HAS in goede handen. In 2011 mag er weer een duo aan de slag wat mij betreft!”