HAS Hogeschool ontwikkelt rapport voor veilige en duurzame vleeskuikenproductieketen

HAS Hogeschool, Heijs Food Products, Wageningen UR en Marks & Spencer werkten sinds 2015 in een groot 3-jarig Europees onderzoek samen aan de ontwikkeling van een innovatieve pluimveeproductieketen. Met het rapport, dat recent gepubliceerd werd, is een flinke stap voorwaarts gemaakt op weg naar een veilige en duurzame vleeskuikenketen. Bijzonder is dat er vanuit 5 opleidingen van de HAS aan één project gewerkt werd met 30 verschillende beroepsopdrachten. De 62 afstuderende studenten werden niet alleen begeleid door 20 HAS-docenten, maar ook door onderzoekers van de Wageningen University. Een dergelijke constructie kwam nog niet eerder voor en smaakt naar meer.

Veilige en duurzame vleeskuikenproductieketen

“Het doel was om samen met de projectpartners een veilige en duurzame productieketen te ontwikkelen,” vertelt Gerben Hofstra. Hij coördineerde het project vanuit HAS Hogeschool. “De consument moet verzekerd zijn van kwalitatief hoogwaardig, betrouwbaar en gezond pluimveevlees dat op een duurzame wijze geproduceerd is”, gaat hij verder. “Daarom is innovatie in de sector nodig. De markt voor pluimveevlees wordt al jaren overspoeld door (anonieme) kip bulkproducten uit landen waar goedkoper geproduceerd wordt en minder eisen gesteld worden aan voedselveiligheid, productkwaliteit en dierwelzijn. De Nederlandse sector moet zich hiervan gaan onderscheiden. Tegelijkertijd heeft de consument hogere eisen gekregen, waar het bedrijfsleven op wil inspelen.”

HAS-breed project

Heijs Food Products is de aanjager van het project. De pluimveeslachter en – verwerker zag als trekker van een gehele keten de noodzaak tot innoveren en ging met Wageningen UR om tafel. HAS Hogeschool leverde projectteams met in totaal 62 afstuderende studenten vanuit 5 verschillende opleidingen. Gerben: “We hebben veel geleerd over samenwerken met andere partijen. Het is mooi om te zien hoe studenten van verschillende opleidingen de dingen vanuit hun eigen invalshoek aanpakken en elkaar aanvullen op de momenten waarop de opleidingen samenkomen. Toegepaste Biologie en Dier- en veehouderij zitten aan het begin van de keten, Food Innovation en Voedingsmiddelentechnologie aan het eind. Bedrijfskunde en agrifoodbusiness heeft een overzicht van de hele keten. We hebben er echt HAS-breed aan gewerkt: niet alleen studenten, maar ook collega’s hebben elkaar gevonden.”

Impact op bijna de gehele pluimveeketen

“In het rapport wordt inzichtelijk waar verbeterslagen gemaakt kunnen worden en waar die kunnen worden ingezet om snel verbetering te krijgen,” stelt Gerben. “De uitkomsten van de onderzoeken hebben impact op bijna de gehele pluimveeketen. De sector heeft nu handvaten gekregen om de duurzaamheid te vergroten en te monitoren en transparant te maken. Er zijn concrete verbeteringen voor het dierwelzijn ontwikkeld en dit kan middels het ontwikkelde welzijnsmodel beoordeeld en gemonitord worden. Tevens zijn er enkele knelpunten aangewezen waar de sector nu zelf aan zet is om verbeteringen door te voeren. Ook zijn er resultaten geboekt in de strijd tegen campylobacterbesmettingen die gevolg hebben voor de voedselveiligheid en dus de consument. Tot slot zijn er nieuwe gezondere producten ontwikkeld die een directe meerwaarde hebben voor de volksgezondheid (verlaagd zoutgehalte en allergeen vrij) , maar ook effect hebben op de verwaarding van het gehele dier.”

Van ‘Farm to fork’ naar duurzaamheidsmodel

“Het project was onderverdeeld in 4 werkpakketten”, vertelt Gerben. “Producttransparantie en herkenbaarheid, Dierenwelzijn, Gezonde en robuuste dieren, en tot slot Valorisatie en ontwikkeling van allergeen- en E-nummer vrije pluimveevleesproducten. Projectteams vanuit de opleiding Bedrijfskunde en agrifoodbusiness richtten zich binnen de samenwerking op maximale transparantie en traceerbaarheid (‘farm to fork’) inclusief de ontwikkeling van een systeem om integrale duurzaamheid te meten en te monitoren. Na het in kaart brengen van de pluimveeketen is gekozen om te focussen op 3 schakels: vleeskuikenboerderij, slachthuis en verwerker. Hier is vervolgens een duurzaamheidsmodel voor ontwikkeld. Hierdoor hebben vleeskuikenboeren en de verwerkende industrie inzicht gekregen in verbeteringen die ze relatief eenvoudig kunnen toepassen om hun duurzaamheidsniveau te verhogen.

Liever platforms en houtkrullen dan zitstokken en luzernestro

Studenten Toegepaste Biologie en Dier- en veehouderij deden onderzoek op het gebied van dierenwelzijn. Zij onderzochten bijvoorbeeld wat de beste stalverrijking is. De uitgevoerde experimenten hebben aangetoond dat vleeskuikens sommige verrijkingen boven andere verkiezen. De kuikens prefereerden bijvoorbeeld platforms boven zitstokken om op te rusten. Voor exploratiegedrag en foerageren gaven ze de voorkeur aan balen houtkrullen ten opzichte van balen luzernestro. Gerben: “Om de concrete verbeteringen voor het dierwelzijn te kunnen beoordelen en monitoren is een welzijnsmodel met 14 indicatoren ontwikkeld. De vleeskuikenhouder kan aan de hand van dit welzijnsmodel punten scoren op het gebied van dierenwelzijn. Afnemers zoals Marks & Spencer, kunnen in de toekomst op basis van dit welzijnsmodel kuikenvlees van een bepaalde welzijnsscore in- en verkopen.”

Op weg naar een campylobactervrije productie

Ook richtten de teams van de opleidingen Dier- en veehouderij en Toegepaste Biologie zich op het verbeteren van diergezondheid en robuustheid, met als doel een antibioticavrije/Campylobacter-vrije productie. Uit de studies naar de maatregelen om Campylobacter-besmetting op het bedrijf en tijdens het slachtproces te verminderen, werd geconcludeerd dat er meerdere introductieroutes van Campylobacter op de boerderij zijn. Gerben: “We hebben onderzocht hoe voorkomen kan worden dat de kuikens besmet raken, en hoe je ervoor kunt zorgen dat een besmetting uiteindelijk niet op het vlees terecht komt. Om besmetting tijdens het slachtproces te verminderen werden bijvoorbeeld 3 verschillende interventiemethoden getest. De resultaten toonden aan dat de geteste interventiemethoden allemaal afzonderlijk succesvol zijn in het verminderen van bacterietellingen vergeleken met geen interventie.”

Met ‘non-sticky fingers’ schone handen na consumptie

Studenten van de opleidingen Food Innovation en Voedingsmiddelentechnologie hielden zich bezig met de ontwikkeling van nieuwe kuikenvleesproducten met toegevoegde waarde. “Uitkomst van een van de onderzoeken is dat het zoutgehalte van gekruide kippenvleugels (Hotwings) met 25% kan worden verlaagd,” vertelt Gerben. “De experimenten met allergeenvrije Hotwings onthulden dat een combinatie van kikkererwten, rijst en tapiocameel resulteerde in het beste glutenvrije paneermengsel met vergelijkbare of betere eigenschappen in vergelijking met het referentieproduct met een standaard paneermeel. Een ander project leidde tot de ontwikkeling van vier concepten voor wereldmarinades om op kippendijen te gebruiken. Alle marinades zijn vrij van allergenen, laag in zout en laag in E-nummers. Voor de valorisatie van pootvlees zijn verschillende productconcepten ontwikkeld. Een van de concepten is het concept ‘non-sticky fingers’, dat bestaat uit drumsticks met een schoon bot, wat resulteert in schone handen na consumptie.”

Dit project werd mede mogelijk gemaakt door: Het samenwerkingsverband Noord-Nederland, Koers Noord, Provincie Groningen en Provincie Drenthe.

Meer informatie

Rapport “Towards a safe and sustainable poultry production chain”
Heijs "Farming for the future"
Lees het verhaal dat we eerder publiceerden over dit project