Ga naar het hoofdmenu Ga naar de inhoud

Studenten werken via coronabanen aan het versterken van de community

  1. HAS Organisatie
  2. Actualiteit
  3. Interviews
  4. Studenten werken via coronabanen aan het versterken van de community

Bij het cluster Leefomgeving & Natuur van HAS Hogeschool liep de afgelopen maanden een experimenteel project gericht op studentenbinding. Binnen het project organiseerden studenten via een coronabaan zelf activiteiten voor hun medestudenten.

Als er één ding duidelijk is geworden sinds het coronavirus anderhalf jaar geleden ons leven binnenviel, dan is het wel hoe belangrijk het contact is met de mensen die dichtbij je staan. Bij HAS Hogeschool zijn we een hechte community. Die ontstaat bijna als vanzelf doordat studenten en medewerkers samen leren en werken. Door de coronamaatregelen en de overstap van fysiek naar online onderwijs kwam deze community-vorming echter behoorlijk onder druk te staan.

Studentenbinding

Het cluster Leefomgeving & Natuur besloot hier begin dit jaar op in te haken met een project om de studentenbinding te bevorderen. Bijzonder aan het project was dat het cluster studenten zélf inzette om hiermee aan de slag te gaan via beschikbare coronagelden. Per opleiding nam van iedere jaarlaag minimaal één student deel aan het project voor ongeveer 4 uur per week, begeleidt door studieadviseurs en Studie+ coaches Monique Huberts, Jeanie van Driel – Blom, Lotte Bakermans en Carly Verhagen.

Monique, Jeanie en Carly vertellen dat het wegvallen van de automatische binding heftig bleek voor veel studenten. Vooral voor de eerste- en tweedejaars. “Er waren zorgen, er heerste eenzaamheid. En er ontstonden motivatieproblemen. We zagen dat er iets moest gebeuren en bedachten een experiment waarbij studenten activiteiten organiseerden voor hun medestudenten. Want wie weet er beter wat studenten nodig hebben dan zijzelf? En dat werkte.

Uitproberen

De studenten hadden allemaal hun eigen redenen om in te stappen. Zo vertelt 4e jaars Floor Buijs dat ze moeite had met het online onderwijs en de kans greep om er zelf actief iets aan te doen. Lars Wilms zag het als 5e jaars vooral als een manier om betrokken te blijven bij de HAS en zijn medestudenten omdat hij zelf geen lessen meer hoefde te volgen. En Bart van Deursen ervoer als 1e jaars hoe moeilijk het is te wennen aan een nieuwe school en je medestudenten te leren kennen als je thuiszit.

De studenten organiseerden verschillende soorten online activiteiten voor zowel jaarlagen, opleidingen als het hele cluster. Denk aan koffiemomentjes, vragenuurtjes, quizavonden, masterclasses en een cursus time management. Soms waren de activiteiten alleen voor studenten, soms konden ook docenten aanhaken. “Het was echt uitproberen”, blikken de studenten terug. “De ene activiteit werd beter bezocht dan de andere. En wat voor de ene opleiding werkte, had bij een andere opleiding weinig effect. Naast onze eigen ervaringen, hielp de studentenenquête online onderwijs ons te bepalen waar behoefte aan was.”

Schermmoeheid

De studenten merkten hoe uitdagend het is om mensen op afstand geactiveerd te krijgen. Op den duur ontstond logischerwijs ook schermmoeheid. Maar ondanks de soms tegenvallende deelnamecijfers was het project een succes: er kwam weer beweging in de community. “De online activiteiten boden ritme en structuur”, zeggen de studenten. “Daarnaast bleken de verbindingen die we hebben gelegd tussen opleidingen heel waardevol. Ook had het project een groot leereffect op onszelf als organiserend team.”

Nu de pandemie in een nieuwe fase is beland, rijst de vraag: hoe zorgen we ervoor dat de community in het nieuwe studiejaar weer vanzelfsprekend wordt? En hoe past dit binnen blended learning, een mix van online en fysieke onderwijsvormen? “We willen actief in blijven zetten op de binding onderling”, geven Monique, Jeanie en Carly aan. “We gaan het project daarom na de zomer voortzetten. De studenten hebben advies gegeven over hoe we dit zouden kunnen doen. We moeten het plan nog verder vormgeven, maar het wordt in ieder geval een vast onderdeel in het onderwijsprogramma.”