Ga naar het hoofdmenu Ga naar de inhoud

Project GROW! in coronatijd

Thuiswerken al dan niet met kinderen, hogescholen en universiteiten die gesloten zijn voor onderwijs op locatie, kassen en laboratoria die in beperkte mate toegankelijk zijn en nauwelijks verkeer tussen Nederland en België: de coronacrisis brengt ook de nodige uitdagingen met zich mee voor project GROW! Toch werken we, zo goed en zo kwaad als dat gaat door. Een gesprek met projectleider René Elfrink (imec Nederland) en Jasper den Besten (HAS Hogeschool) over de voortgang van het project in coronatijd.

René, hoe is het project GROW! de afgelopen weken vergaan?

“Project GROW! loopt gelukkig door in coronatijd, hoewel er de nodige aanpassingen moesten worden gedaan. Gelukkig zijn veel faciliteiten zoals laboratoria en proefkassen nog toegankelijk, maar helaas niet allemaal. Het thuiswerken heeft tot gevolg gehad dat onderdelen en meetboxen bij onze mensen thuis geassembleerd en getest zijn. Nu we elkaar niet gemakkelijk meer kunnen zien, is het digitale contact toegenomen. We video-bellen vaker en de samenwerking lijkt hieronder prima te verlopen.

De grootste uitdaging ervaren we als we moeten samenwerken op dezelfde locatie, bijvoorbeeld in proefkassen of bij telers. Overall gezien is het verbazingwekkend hoeveel er nog door kan gaan. Dit hebben we vooral te danken aan het ‘intelligent’ open houden van de proefkassen waarin onze planten en meetboxen staan én de inzet van de consortium leden. Zij zijn gemotiveerd om de proefnemingen zo goed mogelijk door te zetten, en dat zien we ook gebeuren. Zelfs bij een tomatenteler zijn we nog steeds welkom in deze tijd. Dat vind ik fantastisch!”

Moesten er bepaalde onderdelen geannuleerd worden of op een andere manier worden uitgevoerd?

“We hebben gelukkig geen onderdelen hoeven schrappen, alleen de volgorde van werkzaamheden moeten omgooien. Het modelleerwerk voor de plantmodellen wordt nu vanuit huis uitgevoerd. Dat gaat prima. Reizen over de grens is een issue en omdat we met Nederlandse en Belgische partners samenwerken, hebben we te maken met verschillende regelgeving. We hebben oplossingen gevonden in het per post versturen van sensoren en meetapparatuur en via één collega hebben we met permissie ook nog onderdelen kunnen over de grens kunnen vervoeren vanuit een thuislocatie.

Het ingewikkeldst zijn de installaties die gepland staan bij tomaten-, witlof- en slatelers. Het fysiek bezoeken van bedrijven kan alleen onder strikte voorwaarden, die bedoeld zijn ter bescherming van onszelf en de bedrijven waarvoor de lockdown-regels worden gehanteerd. Gelukkig lijkt op dit moment nog steeds dat de projectdoelen gehaald kunnen worden, waarschijnlijk wel met een kleiner aantal validaties en demonstraties dan oorspronkelijk gepland."

Jasper: “Op 2 april was ik voor project GROW! op weg naar België om time lapse-camera’s te brengen naar Proefcentrum Hoogstraten. Ze worden gebruikt voor de meeldauw-proef bij tomaten. Met time lapse-camera’s kun je de visuele ontwikkeling van de schimmelziekte meeldauw nauwkeurig in kaart brengen.

Op de terugweg moest ik 20 sensorboxen meenemen vanuit het proefcentrum. Deze gaan wij gebruiken voor een proef bij een tomatenteler in Nederland, die test of de boxen robuust genoeg zijn om te gebruiken in de praktijk. Tomatentelers hebben naast de coronacrisis nog een ander probleem. Op verschillende bedrijven is het ToBRF-virus ontdekt, een virus dat planten aantast en zorgt voor misvormde vruchten. Om verspreiding te voorkomen, kom je bij geen enkele tomatenteler meer binnen. Gelukkig hebben wij toch een tomatenteler gevonden waar we de GROW!-sensoren kunnen testen. Erik Vereijken is bereid om mee te werken. Zijn zoon is HAS-student en neemt al het uitvoerende werk op de locatie voor zijn rekening. Hij zal de 20 GROW!-sensorboxen binnenkort op het bedrijf ophangen. Vervolgens leveren wij de Gateway en kunnen ze aan de slag. ”

En het reizen naar België?
“Ik reed over een kleine provinciale weg van Nederland naar België. Normaal gesproken merk je daar nauwelijks dat je de grens over gaat. Nu was de weg afgezet en was de gendarmerie alle auto’s aan het controleren. Twee auto’s voor mij, onder andere een koerier die pakketjes wilde bezorgen, konden weer rechtsomkeert maken. Gelukkig mocht ik doorrijden omdat ik een 'attest van circulatie' had. De 20 sensorboxen hebben nog een aantal weken bij mij in huis gelegen. Bijzondere tijden.”