Curatieve of preventieve maatregelen: waarin investeert de pluimveehouder?

pluimvee

MSD Animal Health Nederland is een dochtermaatschappij van Merck Animal Health. Het bedrijf ontwikkelt en produceert hoogwaardige diergeneesmiddelen voor landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren. Het bedrijf heeft vestigingen in meer dan 50 landen en verkoopt haar producten in ruim 140 landen. Vanuit Boxmeer bedienen ruim 45 personen de Nederlandse markt.

Beheersing dierziekten – de aanleiding

De ziekte van Gumboro, ook wel Infectious Bursal Disease (IBD) genoemd, komt algemeen voor onder pluimvee  en wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte zorgt voor problemen bij jonge dieren en leidt tot uitval die kan oplopen tot wel vijftig procent. Door de juiste hygiënemaatregelen te nemen in combinatie met vaccinatie is de aandoening goed te voorkomen (www.gddeventer.com). Echter, vandaag de dag zijn er ruim 100 uitbraken van Gumboro in de pluimveehouderij. ‘Voor een dierziekte die beter beheersbaar zou moeten zijn, is een dergelijk aantal uitbraken onbegrijpelijk’, aldus Joep Bolwerk,  business unit manager pluimvee bij MSD Animal Health.

Curatief en preventief investeringsgedrag

Bij een dierziekteuitbraak in een koppel, zoals  in het voorbeeld hierboven, worden kosten nog moeite (lees: arbeid) gespaard om de uitbraak te beheersen. De ondernemer lijdt immers grote schade door uitval van dieren of door vermindering van productie. De curatieve behandeling, zoals bijvoorbeeld de inzet van antibiotica, geeft direct zichtbaar resultaat en dat mag wat kosten.
Daar tegenover staat de preventieve behandeling. Preventieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld vaccinaties, zijn minder direct zichtbaar en roepen vragen op: is mijn investering wel relevant? krijg ik mijn investering wel terug? Uiteraard logische vragen, maar waar ligt het omslagpunt in de afweging bij de ondernemer?

Met of zonder claims

Indien de pluimveeondernemer kiest voor een preventieve werkwijze, kan er gekozen worden tussen geregistreerde producten met fundamenteel getoetste claims (zoals bijvoorbeeld Merck-vaccins) en alternatieve producten (zoals zuren, natuurlijke/essentiële oliën, kruiden et cetera) zonder claims.
MSD Animal Health geeft aan dat pluimveehouders haar producten (met claims)  in veel gevallen als ‘duur’ ervaart. Deze zet men in veel gevallen slechts één- of tweemaal in.
Dezelfde ondernemers investeren vervolgens wel in, op het eerste gezicht goedkopere, alternatieve producten. De werking van deze producten is niet aangetoond en na een reeks ‘behandelingen’  lopen de kosten, in een aantal gevallen, veel hoger op dan bij de inzet van producten mét claims. De investering door de ondernemer lijkt nu ineens minder belangrijk.

Onderzoek is wenselijk

Dit fenomeen roept bij MSD Animal Health dan ook vragen op: wat geeft de pluimveehouder het vertrouwen in de werking van deze alternatieve middelen? Hoe toetst deze ondernemer het rendement op zijn investering? Wat zijn de argumenten om te kiezen alternatieve middelen (zonder claim) ten opzichte van producten met claim? Kortom: een onderzoek naar investeringsgedrag bij pluimveehouders is wenselijk.
MSD Animal Health, vertegenwoordigd door de heer Bolwerk, heeft HAS Kennistransfer gevraagd een onderzoek uit te voeren naar het investeringsgedrag van pluimveehouders. Daarin staan twee vragen centraal:
1. Waarom investeren pluimveehouders relatief veel in tijd en middelen als het gaat om een curatieve aanpak en minder in een preventieve aanpak?
2. Hoe komen ondernemers tot de afweging om preventieve, niet-geregistreerde producten in te zetten boven producten die wel geregistreerd staan?
Het onderzoek is nog niet afgerond dus preventieve conclusies zijn nog niet te geven. De curatieve antwoorden beloven daarentegen voor de hele branche actueel en relevant te zijn.

‘Op de hoogte blijven’

Het is overigens niet de eerste keer dat  de HAS wordt ingeschakeld door MSD Animal Health. Joep Bolwerk: ‘De samenwerking met de HAS biedt ons de mogelijkheid om op de hoogte te blijven van zaken die leven bij de studenten van vandaag de dag. Daarnaast helpen studenten ons,  in het kader van afstudeeropdrachten, bij het verrichten van praktijkonderzoeken waar we zelf niet aan toekomen. Over het algemeen verloopt de samenwerking uitstekend.’