Waar liggen de grenzen van beverterritoria in de Brabantse Biesbosch?

bever biesbosch

Staatsbosbeheer heeft in 2012 aan de Zoogdiervereniging opdracht gegeven om de beverterritoria in kaart te brengen. De Zoogdiervereniging heeft op haar beurt deze opdracht laten uitvoeren door studenten CoCo Teheux en Koen Wonders, in de vorm van een afstudeeropdracht voor de opleiding Toegepaste Biologie aan HAS Hogeschool.

De grens opzoeken
Dit onderzoek is opgezet als vooronderzoek voor de tienjaarlijkse bevertelling in de zomer van 2012 in de Biesbosch. Om de groei en levensvatbaarheid van deze populatie op lange termijn te monitoren, worden er eens in de tien jaar simultaantellingen gehouden in de Zuidwaard van de Biesbosch. Voor deze tellingen is het van belang dat de ligging en de grenzen van de territoria bekend zijn. De hoofdonderzoeksvraag van dit onderzoek is: ‘Waar liggen de beverterritoriagrenzen in de Brabantse Biesbosch?’

Geumerkonderzoek
De ligging en grootte (oeverlengte) van de territoria in 2012 zijn vergeleken met een territoriaonderzoek in de Brabantse Biesbosch uit 2004. Daarnaast is gekeken hoe de territoria zijn opgebouwd op gebied van vegetatiestructuur, om te begrijpen aan welke habitatcomponenten de bevers eisen stellen. De territoriagrenzen zijn in kaart gebracht aan de hand van een geurmerkonderzoek in de periode februari-mei 2012. Dit veldonderzoek is in drie rondes uitgevoerd en iedere ronde duurde circa 12 dagen.

Van bos naar struweel
In totaal zijn er 22 beverterritoria in de Brabantse Biesbosch gevonden. Alle territoria in de Brabantse Biesbosch bevatten de vegetatiestructuur bos. Dit wijst erop dat dit een belangrijk habitatcomponent is voor bevers. Het is echter voor te stellen dat de vegetatiestructuur bos in een territorium vervangen zou kunnen worden door een groot aandeel struweel en/of ruigte van goede kwaliteit (jonge wilgopslag) waar de bevers zich ook mee kunnen voeden.

Afgerond
Het onderzoek is inmiddels afgerond. Vilmar Dijksta, Zoogdierenvereniging: ‘De samenwerking met de HAS was prettig. De resultaten passen binnen een groter onderzoek en daarover wordt gepubliceerd in het tijdschrift Zoogdier. Toekomstige projecten sluiten we zeker niet uit.’